SAMENVATTING
Met het Duitse woord Grenze (Nederlands grens) corresponderen drie Italiaanse woorden: frontiera, confine en limite. Doel van dit hoofdstuk is de betekenissen en gebruikssituaties van deze drie woorden van elkaar te onderscheiden. De woordenboekdefinities worden vergeleken en gesystematiseerd; vervolgens worden talrijke voorbeelden geanalyseerd en ondergebracht in de rubriek die hun betekenis het beste verantwoordt. Zo wordt voor elk woord een netwerk van betekenissen opgesteld, met gedeeltelijke overlappingen. Gepoogd wordt de diachrone ontwikkelingen vast te stellen, waarbij uiteindelijk de huidige situatie wordt vergeleken met die van het Latijn.

RIASSUNTO
Con la parola tedesca Grenze (olandese grens) corrispondono tre parole italiane: frontiera, confine e limite. Lo scopo di questo capitolo è quello di distinguere i significati e le condizioni di uso di queste tre parole. Si confrontano le definizioni dei vocabolari, che vengono poi sistematizzate, dopodiché numerosi esempi vengono analizzati e inseriti nella rubrica che meglio rende conto del loro significato. Così si stabilisce per ogni parola una rete di sensi con sinonimie parziali. Si tenta di stabilire anche gli sviluppi diacronici, confrontando in ultima analisi la situazione odierna con quella del latino .

SUMMARY
With the German word Grenze (Dutch grens) correspond three Italian words: frontiera, confine and limite. The aim of this chapter is to distinguish the meanings and the use conditions of these three words. Their dictionary definitions are compared and systematized, then numerous examples are analyzed and arranged in the categories which give the best account of their meanings. Thus for each word a network of senses is created, with partial overlap. Moreover the diachronic developments are discussed, in which ultimately the present situation is compared with the situation in Latin.


Keywords: Italian lexicon, field of delimitation, lexical change